We mogen weer 'radicaal' worden als we de nieuwe woordenschat van het CDA goed verstaan. Goed dat Jim Schuyt ook het huurbeleid opnieuw wil uitvinden. Dat verdient steun. Jim noemt als pijlers voor het herbronnen: 1. de huursombenadering, 2. marktconforme huren en 3. een (huur-)korting voor bepaalde huishoudens. Zijn bijdrage aan deze discussie beweegt zich verder binnen de huidige kaders van het overheids-huur- en woonbeleid. Daarin zoekt Jim naar nieuwe ruimte om betere resultaten te kunnen bereiken voor de mensen voor wie volkshuisvesters opkomen. Terecht, maar van mij mag het wel iets oorspronkelijker en beginnen we buiten onze vierkante meter. Ik doe een poging.
Feitelijk kennen we twee pijlers. De huursombenadering moeten we schrappen in onze discussie. Het is een instrument wat nog stamt uit de tijd dat de overheid een direct belang had bij het vaststellen van de jaarlijkse huurverhoging om daarmee de (object)subsidieuitgaven te beteugelen. Het gaf de corporaties een beetje lucht doordat het opgelegde verhogingspercentage niet meer per woning berekend hoefde te worden, maar over het gehele corporatiebezit kon worden gespreid. Uitgangspunt bleef: hoe groter de huurverhoging, des te minder de overheidsbijdragen. Die tijd hebben we achter ons en we mogen ons nu afvragen welk belang de overheid (nog) heeft bij het blijven vaststellen van het huurverhogingspercentage. Het antwoord is "Geen". Natuurlijk is huisvesting 'een zorg der overheid', maar om die nog steeds inhoud te willen blijven geven via het bepalen van de jaarlijkse huurprijswijzigingen, is marginaal en niet meer van deze tijd. Het dient het doel niet. Schrappen dus. Er zijn voor de overheid betere regulerende instrumenten denkbaar om het passend wonen te bevorderen.
Blijft over dat we te maken hebben met prijs/kwaliteit verhoudingen en inkomen/huurlasten verhoudingen. Jim heeft het in dit verband over de marktconforme huren en de kortingen, maar die twee gaan over beoogde maatregelen bij de huidige problemen die we willen aanpakken, niet over de oorzaken.
Een bepaalde woning met een bepaalde (huur- of koop)prijs heeft een bepaalde kwaliteit. Bij de sociale woningbouw waren die elementen vroeger genormeerd. Terecht, want ook de overheidsbijdrage was daarvan afhankelijk. Het systeem klopte. Normen voor 'de sociale woning', kennen we niet meer. Voor zover corporaties nog bouwen, en gelukkig doen velen dat nog steeds, is de kwaliteit van opdrachtgeverschap maatgevend om tot de optimale prijs/kwaliteit verhouding te komen. Politiek gezien is het daarbij vreemd dat de waardering van deze woning naar markt- of bedrijfswaarde gerekend moet worden en de huurprijs niet afhankelijk is van het marktinzicht, maar van een vreemd soort objectieve maatstaf als het woningwaarderingsysteem. Laten we die, toch al bijna fossiele, eenden dus gerust bij de discussie betrekken.
Vroeger, (daar heb je mij weer) was er redelijke concensus over hoeveel een huishouden aan woonlasten zou moeten uitgeven. Het was 17% van het inkomen. Door stapeling van alle overheidsmaatregelen ligt dat percentage voor de laagste inkomens nu al tegen de 50%. Maatschappelijk uiterst onwenselijk en de corporaties mogen hier feitelijk niets aan doen, omdat dat zou neerkomen op inkomensbeleid. Deze discussie is al haast net zou oud als de volkshuisvesting zelf: Is het probleem nu dat de kosten, lees huren, te hoog zijn of zijn de laagste inkomens/uitkeringen te laag. Tijd om ook deze discussie weer op te rakelen als we toch aan het radicaliseren, in de zin van het 'tot zijn oorspronkelijkheid terugbrengen', zijn.
We wonen in een rijk land waar iedereen goed kan wonen. "Goed" wil zeggen in een woning van goede kwaliteit voor een passende prijs. Stel dat we hiervoor nieuwe normen zouden opstellen, dan wordt ook helder welke spanningen we tussen prijs en inkomen moeten wegwerken. De huurtoeslag die nu aan de fiscale-kosten-kant zit, zetten we dan om naar de inkomen-herverdelings-kant. Dat kan via de ,bijzondere, bijstand. Het overheids- én corporatiebeleid mag er daarbij op gericht zijn het verschil weg te willen werken door kostenbewust te blijven bouwen en verbeteren en het inkomensbeleid te versterken. Het 'goed wonen' blijft de opdracht van de corporaties, De overheid ziet wel toe op het resultaat maar niet meer op de conditionering van een en ander.
Huurbeleid is geen overheidsbeleid, woonbeleid wel. Dat beleid heeft, als het goed is, een sociaal en emancipatorisch karakter. Een goede en betaalbare woning is een primaire voorwaarde voor Sociale Stijging. Ook daarmee komt de volkshuisvesting weer bij een van zijn oorspronkelijke uitgangspunten: In begin twintigste eeuw heette sociale stijging "volksverheffing". Die tijd was misschien wel net zo boeiend als deze van ons.
Cees Kamminga, directeur HabiTask dienstverlener voor woningcorporaties.