publicatie in RD van 24/1/12
Een liberaal die particuliere bedrijven wil onteigenen?
Of hoe ideologie bij de VVD in haar eigen staart bijt
Mevrouw Betty de Boer, lid van de Tweede Kamer voor de VVD, verdedigt een voorgenomen maatregel van de regering om woningcorporaties te verplichten hun woningen te verkopen. Ze schrijft, op een discussiesite, vanuit haar liberale ideologie dat het beter is als mensen een woning in eigendom hebben dan dat ze er één huren. Om dit te bevorderen zouden 400 private woningbouwverenigingen verplicht moeten worden om honderdduizenden woningen te verkopen. Van een liberaal zou verwacht mogen worden dat daarbij de vraag wordt gesteld of het eigendomsrecht van die woningbedrijven zo maar door de overheid overruled mag worden door ze te dwingen hun huurwoningen te verkopen. Ook al zou de ideologische mening dat eigen woningbezit beter zou zijn dan huren, kloppen dan nog is het de vraag of je zelfstandige bedrijven dan maar moet verplichten hun woningbezit van de hand te doen. Het door de VVD hooggeachte private bezit is blijkbaar niet zo van belang als het om sociale verhuurders gaat.
Maar is eigenwoningbezit echt zoveel beter dan huren?
Mevrouw Betty Bakker meent van wel. Ze stelt zelfs dat eigen woningbezit emanciperend werkt. Dit impliceert dat huurders onvolwaardige deelnemers aan de maatschappij zouden zijn die nog moeten emanciperen. Voor de drie miljoen huishoudens in Nederland die een woning huren moet dat nogal als een beledigende opmerking klinken vanuit de grootste regeringspartij.
Het begrip emancipatie van huurders zou ook kunnen worden geïnterpreteerd als dat zij achtergesteld zouden zijn. Nu is dat inderdaad wel het geval. Immers woningeigenaren krijgen van de overheid jaarlijks miljarden aan hypotheekrenteaftrek als cadeau. Huurders moeten dat ontberen. Maar een dergelijke achterstelling bedoelt mevrouw Betty Bakker niet. Ze meent oprecht dat als je een woning huurt je behoort tot een achtergestelde groep. Huren zo schrijft ze in haar visie is niet sociaal en eigenwoningbezit wel.
Betty de Boer van de VVD berekent dat er in Nederland 700.000 corporatiewoningen te veel zijn. Voor mensen met een laag inkomen zouden anderhalf miljoen sociale huurwoningen voldoende zijn.
Om drie redenen is dat onjuist.
Ten eerste worden alle 2,3 miljoen huurwoningen van corporaties nu verhuurd en wonen er dus mensen in. Blijkbaar hebben die wel behoefte aan een huurwoning van een corporatie. De afgelopen jaren is er naarstig getracht te voorkomen dat er eenzijdige wijken ontstaan waarin uitsluitend huishoudens met lage inkomens wonen. De mix van mensen die willen huren vanuit lage en middeninkomens werkt juist heel goed voor stabiliteit van wijken en buurten.
De denkfout die Betty de Boer maakt is dat alle woningen van corporaties sociale huurwoningen zouden zijn. Daarin vergist ze zich omdat corporaties ook woningen verhuren met een huur die hoger is dan 650,- per maand. Dat aantal woningen zal door het regeringsbeleid bovendien nog sterk gaan toenemen. De huren bij mensen met een inkomen van meer dan 43.000,- bruto per jaar moet van deze regering jaarlijks met vijf procent extra boven de inflatie worden verhoogd. Tevens zullen corporaties huren (bij woningen die opnieuw verhuurd worden na vertrek van de oude huurder) moeten verhogen omdat deze regering corporaties een heffing oplegt die zes procent van de huursom opslokt.
Door deze maatregelen verdwijnen er over de termijn van enige jaren 400.000 huurwoningen uit de sociale sector. Tel deze twee misrekeningen van mevrouw Betty de Boer op en er blijkt in het geheel geen overschot aan sociale huurwoningen zoals ook mag blijken uit de lange wachtlijsten die overal in het land bestaan.
Maar er is nog een derde reden waarom de rekensom van Betty de Boer niet klopt. Ze gaat ervan uit dat mensen met een bruto huishoudinkomen van meer dan 34.000,- geen sociale huurwoning meer toegewezen mogen krijgen. Een onzalige regeling die vanuit Brussel op dit moment geldt. Echter het wordt door iedereen inclusief een meerderheid in de Tweede kamer bestreden. Immers mensen met een inkomen tussen 34.000,- en bijvoorbeeld 38.000,- krijgen over het algemeen geen hypotheek om een woning te kopen.
Daarmee komen we op het algemene karakter van de voorgestelde maatregel tot verplichting aan corporaties om hun woningen te verkopen. De diverse woningmarkten in Nederland verschillen hemelsbreed van elkaar. Alle corporaties dezelfde verkoopplicht opleggen leidt bij veel woningmarkten tot grote ongelukken. Op de ene plek zijn er bijvoorbeeld zeventig procent sociale huurwoningen in andere gebieden nauwelijks of in ieder geval veel te weinig.
Wat is er toch liberaal aan om vanuit Den haag met dergelijke algemene maatregelen woningmarkten maakbaar te willen maken?
Mevrouw Betty de Boer eindigt haar argumenten voor verkoopplicht met de stelling: “Kortom, het recht op koop biedt alleen maar kansen. Laten we er iets moois van maken”.
Is Nederland veel beter af als er op elke tien woningen er nog maar drie huurwoningen zijn (nu vier)?
Wordt het voor mensen dan makkelijker om een huis te vinden? Wordt het makkelijker om te verhuizen? Wordt het voor starters makkelijker om in een huurwoning eerst even te sparen alvorens te kopen? Worden er straks meer woningen gebouwd als deze maatregel ingaat of juist minder? Wordt de renovatie van appartementencomplexen er makelijker door of juist slechter omdat VVE’s daarvoor geen geld meer hebben? Wordt de arbeidsmarkt flexibeler als je vaster zit aan je eigen koopwoning en minder makkelijk verhuist? Moeten mensen die nu kiezen voor huren straks de deur gewezen worden door corporaties omdat zij door de regering verplicht worden die woning te verkopen? Betty de Boer rekent voor dat er 375.000 huishoudens die nu huren best zouden willen kopen. Of ze ook kunnen kopen laat ze wijselijk maar in het midden. Tegenover de mogelijke kopers staat echter een groep, bijvoorbeeld ouderen, die van een koopwoning naar een huurwoning wil. Ergo er is in Nederland behoefte aan een huursector. Nederland kent maar een kleine commerciële huursector. Slechts tien procent van de woningen in Nederland is in verhuur vanuit particulieren of beleggers. Als corporaties hun woningen moeten verkopen is Nederland er zeer lelijk aan toe omdat er een tekort ontstaat aan huurwoningen voor mensen met een laag en met een middeninkomen. Met dank aan de ideologie van de VVD die ervan uitgaat dat een koopwoning beter is dan een huurwoning. Wellicht dat de hypotheekverstrekkende banken er wel blij mee zullen zijn.
Piet de Vrije
Directeur Patrimonium woonstichting
Veenendaal