Wetsvoorstel wijziging vakantiewetgeving
23 september 2010
Het
wetsvoorstel Aanpassing vakantiewetgeving moet ervoor zorgen dat
arbeidsongeschikte werknemers evenveel vakantiedagen opbouwen als hun gezonde
collega’s. Ook kondigt het kabinet een nieuwe verjaringstermijn aan voor het
opnemen van wettelijke vakantiedagen. Reden voor deze wijzigingen is de
uitspraak van het Europese Hof van Justitie begin 2009: de overheid mag geen
voorwaarden verbinden aan de opbouw van vakantierechten door werknemers. Het
wetsvoorstel ligt op dit moment bij de Tweede Kamer voor schriftelijke
behandeling.
Vakantiedagen voor iedereen gelijk
Werknemers die tijdens hun ziekte op vakantie gaan, moeten hiervoor net
zoveel vakantiedagen gaan gebruiken als niet-zieke werknemers. Op dit moment
schrijft de wet voor dat een gedeeltelijk zieke werknemer ook maar gedeeltelijk
vakantiedagen opbouwt. En een volledig arbeidsongeschikte werknemer bouwt
tijdens zijn ziekte maximaal zes maanden vakantie op.
Korte verjaringstermijn
Wettelijke vakantiedagen die niet binnen een half jaar na de
jaarwisseling zijn opgenomen, komen voortaan te vervallen. Dit geldt niet voor
werknemers die als gevolg van volledige arbeidsongeschiktheid niet op vakantie
konden gaan. Voor de bovenwettelijke vakantiedagen blijft de verjaringstermijn
van vijf jaar geldig. Het kabinet hoopt dat werknemers vanaf nu sneller en
regelmatiger vakantiedagen gaan opnemen.
Kritiek op wetsvoorstel
Zowel van werkgevers- als van werknemerszijde is kritiek geuit op de
vervaltermijn voor wettelijke vakantiedagen. In de toelichting op het
wetsvoorstel wijst Minister Donner op de mogelijkheid die werkgevers en
vakbonden hebben om in de CAO afwijkende afspraken te maken ten gunste van de
werknemer.