Energielabel: certifcering van en voor het energielabel
21 september 2009
Met
ingang van
1
januari 2008 moeten woningen zijn voorzien van een energielabel bij verkoop
en verhuur. De labels moeten worden opgesteld aan de hand van de BRL 9500. BRL
staat voor beoordelingsrichtlijn, de nationale afspraak voor het vastleggen van
technische beoordelingsmethodieken. Ook de adviseur moet gecertificeerd zijn op
basis van deze BRL.
Belangrijk onderdeel uit de certificering is de centrale afmelding. Aedes heeft eerder in een brief aan VROM-minister Cramer kenbaar gemaakt dit volstrekt ongewenst te vinden. Op grond van de EU-richtlijn is dit ook niet nodig. Naast de bezwaren over bureaucratie en relatief hoge kosten is ook het verstrekken van strategische informatie over het woningbezit onacceptabel.
Voorbereidingen voor het kunnen afgeven van energiecertificaten. Hieronder volgt een stappenplan:
Stap 1 - Corporaties dienen de volgende gegevens te (laten) inventariseren over hun woningbezit
- situaties, plattegronden, geveltekeningen en doorsneden
- wijzigingsgegevens ten opzichte van de bouwvergunning, naïsolatie gegevens, enzovoort
- verwarmingssystemen, keteltypes en bouwjaren
- tapwatersystemen, toesteltype en bouwjaren
- woningwaardering per adres.
Het is essentieel dat deze data van de corporatie is en blijft. Onder de oude (gesubsidieerde) EPA-regeling zijn energieprestatieadviezen verstrekt, waarbij het eigendom van de data bij de adviseur ligt. Dit is principieel onjuist.
Stap 2 - Corporaties maken afspraken met een gecertificeerde adviseur
over het op opstellen van de energiecertificaten
Zowel bij de labeling van het hele bezit als bij het afgeven van een
certificaat bij mutatie geldt dat de database opgebouwd kan worden met
representatieve woningen, mits de afwijkingen tussen de woningen niet meer
bedraagt dan 5 procent. Bij de certificering zijn drie scenario’s denkbaar:
De adviseur verricht alle initiële werkzaamheden. Voor de aanpassingen daarna
in de data worden medewerkers van de corporatie ingeschakeld. Hiervoor is het
wel van belang dat dit valt binnen de certificatie. Op dit moment is dat nog
onzeker. Een eenvoudige oplossing kan hiervoor echter worden gevonden door de
medewerker een specifieke cursus te laten volgen, waarmee dit probleem op te
lossen is.
De (medewerkers van de) corporatie verrichten de opnamewerkzaamheden onder
verantwoordelijkheid van de adviseur. Deze zorgt door een steekproefsgewijze
controle dat aan de eisen van certificering wordt voldaan.
De corporatie doet alles in eigen beheer en is zelf gecertificeerd. Deze
mogelijkheid kan alleen bij een voldoende groot aantal jaarlijks te cer
tificeren woningen aantrekkelijk zijn.
Corporaties kunnen natuurlijk besluiten om gezamenlijk gebruik te gaan maken
van een pool van medewerkers binnen een bepaald gebied of binnen een al bestaand
samenwerkingsverband
Gelet op de effort die nodig is om het gehele bezit actueel te kunnen voorzien
van certificaten is het gewenst dat de informatie over de energetische kwaliteit
van het bezit actief gebruikt kan worden ten behoeve van eigen
scenario-ontwikkeling van de portfolio. Naast de milieueffecten is hierbij de
betaalbaarheid van niet-energiezuinige woningen van vitaal belang.
Stap 3 - Bij mutatie of verkoop verstrekt de corporatie het
certificaat
Op basis van de eerder genoemde bezwaren tegen de centrale afmelding is
Aedes van mening dat dit niet via deze nu vastgelegde procedure zou moeten
lopen. Het zou voor het voldoen aan de regelgeving voldoende moeten zijn dat een
corporatie alle benodigde gegevens beschikbaar heeft binnen de eigen
administratie. Vanuit deze gegevens kan dan op ieder gewenst moment een
certificaat verstrekt worden.
Aedes beraadt zich op dit moment welke stappen mogelijk zijn om de BRL
betreffende de regelgeving op dit punt te wijzigen. Naar verwachting moet in de
komende maanden duidelijk worden wat hier de status van is. Tot dan adviseert
Aedes de leden zich te concentreren op de eerste twee stappen.
Eisen te stellen aan de adviseur
Aan het adviesbureau waarmee de corporatie opdracht wil verlenen, adviseert
Aedes de volgende eisen op te nemen:
De adviseur verklaart dat het eigendom van de gegevens, van de digitale
rekenbestanden en van de energieprestatiecertificaten berust bij de
opdrachtgever. De gegevens worden conform de wettelijke bewaartermijnen door de
adviseur bewaart.
De adviseur is bereid en in staat om op basis van specifieke maatwerkafspraken
de rolverdeling tussen adviseur en medewerkers nader vast te leggen, waarbij de
borging van de certificatie verzekerd is. De afspraken kunnen eventueel op
verzoek van de corporatie worden bijgesteld als door bijvoorbeeld opleiding de
kennis intern is toegenomen.
De adviseur verklaart de gegevens, data, enzovoort, van de corporatie vertrouwelijk te behandelen en niet aan derden te verstrekken. Verder wordt geadviseerd duidelijke afspraken te maken over de prijzen over de looptijd van de overeenkomst, inbegrepen zijn van bijkomende (reis- en kopieer-)kosten etc. en de servicelevels van de dienstverlening.
Verwacht wordt dat over de genoemde vraagpunten er in september/oktober 2007 meer duidelijkheid zal komen.
Vragen?
Heeft u nog andere vragen over het energielabel of energiebesparing? Wilt u
reageren? U kunt uw vragen en reacties mailen naar
energiebesparing@aedes.nl.