Voormalig minister Donner wil woningtoewijzing niet koppelen aan leefstijlen
19 januari 2012
bron: Aedes-Magazine 25-26/2011
Mag
een corporatie huurders weigeren omdat ze geen werk hebben? Of omdat ze zich
anders gedragen dan de buurt lief is? Experimenten van corporaties en gemeenten
met dit ‘sturen op leefbaarheid’ zouden een wettelijke basis krijgen in de
nieuwe Huisvestingswet. Voormalig Minister Donner haalde er echter een streep
door. Wat zijn de gevolgen van die rechtlijnigheid?
|
Actuele informatie |
Heijplaat, een wijk in de Rotterdamse deelgemeente Charlois, is een hechte gemeenschap. Ooit woonden hier de havenarbeiders. De huidige bewoners zien iedereen die niet van Heijplaat komt als een buitenstaander. Woonbron heeft veel te stellen gehad met uit de hand gelopen ruzies in de wijk, zegt Enno Vitner, adviseur Markt en Beleid van de corporatie. Een nieuwe bewoner die zijn tuin volgens zittende bewoners niet snel genoeg op orde had, kon zomaar weggepest worden.
Bemiddelingspogingen van de corporatie om de wijk weer leefbaar te krijgen, kostten veel tijd. Eigenlijk was alles wat we deden fout, zegt Vitner. ‘Vooral omdat we niet stuurden op de samenstelling van de wijk en geen rekening hielden met de leefstijlen van de oude en de nieuwe bewoners.’ Sinds kort gebeurt dat wel.
Woonbron gebruikt in de woonruimtebemiddeling de leefstijlbenadering, een methode waarmee de corporatie in Dordrecht al langer werkt. Kandidaat-huurders krijgen eerst een uitnodiging voor een rondleiding door de wijk en als ze daarna nog geïnteresseerd zijn, vullen ze een vragenlijst over hun leefgewoonten in. De vragen gaan over de manier waarop mensen willen wonen. Zijn ze bijvoorbeeld erg op zichzelf en wonen ze het liefst in een anonieme buurt, of willen ze juist veel contact met de buren? Houden ze van een aangeharkte tuin of mag het wat wilder? Woonbron wil op deze manier voorkomen dat mensen met een ‘conflicterende leefstijl’ bij elkaar komen te wonen. De eerste geluiden uit Heijplaat zijn positief.
Corporaties en gemeenten moeten zich bij het toewijzen van woningen houden aan het principe van vrije vestiging. Die vrijheid van vestiging is hét uitgangspunt voor de woonruimteverdeling en is onder meer geregeld in de Huisvestingswet. Ook in het wetsvoorstel voor de nieuwe Huisvestingswet is dat beginsel leidend. Het oorspronkelijke wetsvoorstel voor die nieuwe wet bood echter de ruimte om bij ernstige leefbaarheidsproblemen in de woonruimteverdeling te kunnen sturen. Volgens artikel 14 van dat voorstel zou de gemeenteraad voor aangewezen straten of complexen kunnen bepalen dat woningzoekenden die voldoen aan bepaalde sociale kenmerken voorrang krijgen.
Kwetsbare buurten
Vooral de grote steden en de daar werkzame corporaties willen op
beperkte schaal woningen kunnen toewijzen op basis van leefstijlcriteria om
daarmee de leefbaarheid in sociaal zwakke en kwetsbare buurten te versterken.
Dat gebeurt ook al in de praktijk. Dat blijkt bijvoorbeeld uit
een
onderzoek dat de VROM-Inspectie deze zomer publiceerde (zie kader).
Overigens in opdracht van het ministerie van BZK, dat wilde weten of er sprake
is van een trend in de toepassing van leefstijlcriteria bij woningtoewijzing.
Die trend is er, constateert de VROM-Inspectie, al is het een voorzichtige
trend. Het onderzoek laat zien dat bijna de helft van de 33 grote steden van ons
land leefstijlkenmerken toepast of heeft toegepast. De vier grootste steden –
Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag – zijn overigens buiten het onderzoek
gehouden. De woonruimteverdeling op grond van leefstijlen is meestal onderdeel
van een breder pakket maatregelen om de leefbaarheid van een buurt te
versterken. En veelal gebaseerd op afspraken tussen gemeenten en corporaties al
dan niet in combinatie met regionale verordeningen.
Opvallend is dat gemeenten en corporaties de leefstijlkenmerken bij woningtoewijzing heel verschillend toepassen. Er zijn gemeenten waar een ‘harde selectie’ plaatsvindt en bepaalde groepen huishoudens (tijdelijk) uit een buurt worden geweerd. Op andere plaatsen worden bepaalde groepen mensen juist ‘verleid’ om in een complex of wijk te komen wonen.
Kansrijke huishoudens
De Utrechtse woningcorporatie Mitros hanteert beide benaderingen. In
Geuzenwijk screent de politie potentiële huurders op basis van vaste criteria,
onder meer op registratie vanwege een misdrijf of het veroorzaken van overlast.
De politie geeft Mitros geen informatie over de inhoud van de screening en biedt
slechts een advies om wel of niet te verhuren. Mitros neemt dat advies over.
In een aantal tien-hoogflats in Overvecht gebruiken de corporatie en de gemeente de woonruimteverdeling juist omgekeerd. Hier is de aanpak: meer ‘kansrijke huishoudens’ naar de wijk krijgen. Voor nieuwe bewoners gelden drie criteria: leeftijd 25 tot 55 jaar, een inkomen uit arbeid én de bereidheid om mee te werken aan het ontstaan van een ‘stabieler en leefbaar woonmilieu’, legt directieadviseur Arian Boersma uit. De eerste twee criteria zijn goed te controleren, bij het laatste punt is dat natuurlijk lastiger, geeft Boersma toe. Dat blijft een zwakke plek van de leefstijlbenadering: menselijk gedrag is nooit helemaal voorspelbaar. De verwachting is in ieder geval dat deze groep ‘tolerante socializers’ – in het jargon van de leefstijlenbenadering – de kwetsbare woonomgeving van dit deel van Overvecht accepteert en bereid is mensen op hun gedrag aan te spreken. Boersma: ‘Zodat de balans tussen draaglast en draagkracht in de wijk weer beter wordt.’
Sociaal niveau optrekken
Woonwenz in Venlo was bij twee complexen van portieketagewoningen de
grip aan het verliezen. Hier gebeurde alles wat God verboden heeft, zegt manager
Sociale Verhuur Gé Derks: ‘Drugshandel, wietplantages, prostitutie, jeugdbendes.
De mutatiegraad was erg hoog.’ De corporatie is in overleg met de politie gaan
praten met de bewonersgroepen van de complexen. Vervolgens zijn lelijke, open
ruimtes dichtgemaakt, zijn er camera’s opgehangen én zijn alle reguliere regels
voor de woningtoewijzing losgelaten. Tijdens intakegesprekken beoordeelt een
woonconsulent van Woonwenz of kandidaat-huurders mogelijk geschikt zijn voor een
woning in dit complex. ‘Daarbij zijn wij op zoek naar mensen die het sociale
niveau weer kunnen optrekken’, zegt Derks. En daarvoor gelden geen harde
criteria, zoals wel of geen werk, wel of geen crimineel verleden, geeft hij toe.
‘De medewerkers van Woonwenz doen dat op gevoel. Wij onderscheiden geen
verschillende leefstijlen maar maken gebruik van de kennis die onze medewerkers
hebben van de wijken. Die kennis is groot want onze leefbaarheidsmedewerkers
zijn heel veel op straat.’
Woonwenz ziet dat deze aanpak werkt: de overlastklachten zijn aanzienlijk afgenomen en de mutatiegraad is in één jaar tijd met 40 procent gedaald. Derks benadrukt dat Woonwenz geen mensen uitsluit. ‘Het is de primaire taak van een corporatie mensen te huisvesten die dat zelf niet kunnen. Maar daarbij kijken we wel vooruit. Waar we kunnen sturen, zullen we dat ook doen. Als iemand niet past in een bepaald portiek, zoeken we een andere woning.’
Minstens 16 uur
In Den Bosch is het tijdelijke experiment van de gemeente, politie en
de corporaties Zayaz en Brabant Wonen voor selectieve toewijzing in de wijk
Hambaken onlangs voor twee jaar verlengd. Nieuwkomers in bepaalde delen van deze
probleemwijk moeten beschikken over een zinvolle dagbesteding – betaald werk of
een vrijwilligerscontract voor minstens 16 uur per week – en mogen de afgelopen
drie jaar niet in aanraking zijn geweest met politie. Het is een buitengewoon
ingrijpende maatregel, zegt directeur-bestuurder Ab van Gurp van Zayaz. De
afgelopen twee jaar zijn 108 woningen in het aangewezen gebied vrijgekomen en
daarvoor zijn 89 huishoudens afgewezen. ‘Ongetwijfeld tref je hiermee ook mensen
die het wel goed gedaan zouden hebben’, vervolgt van Gurp. Mede daarom vindt hij
dat selectie op basis van sociale kenmerken ‘alleen in uiterste nood’ gehanteerd
mag worden. ‘En slechts op beperkte schaal en altijd ingebed in een totaalpakket
aan maatregelen om de leefbaarheid te verbeteren.’
Leefbaarheidscriterium geschrapt
‘Strikt genomen’ is woningtoewijzing op basis van leef-stijlkenmerken
strijdig met de huidige Huisvestingswet, schrijft de VROM-Inspectie in haar
rapport. Leo Bartelse, directeur-bestuurder van Maaskoepel, de Federatie van
Woningcorporaties in de stadsregio Rotterdam was dan ook blij met het
aanvankelijke wetsvoorstel van de lang verwachte nieuwe Huisvestingswet.
Maar voorrmalig minister Donner heeft in de Nota van Wijziging bij het wetsvoorstel artikel 14 geschrapt. Met als gevolg dat een belangrijk instrument is verdwenen om kwetsbare complexen en straten een duwtje in de goede richting te geven, schrijft Maaskoepel in een brief aan de Tweede Kamer. Ook Aedes heeft bij het parlement bepleit het leefbaarheidscriterium in de nieuwe Huisvestingswet te handhaven. Het is nu wachten op de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer. Dan zal de minister ook reageren op het rapport van de VROM-Inspectie, zegt een woordvoerder van het ministerie van BZK.
Zoals het er nu naar uitziet, is woningtoewijzing op basis van sociale kenmerken straks niet geoorloofd. Wel blijft de zogenoemde Rotterdamwet gehandhaafd. Die wet geeft een gemeenteraad de mogelijkheid aan de minister van BZK te vragen bepaalde gebieden aan te wijzen waar inkomenseisen aan woningzoekenden gesteld mogen worden.
Verleiden
De corporaties in Rotterdam – die de Rotterdamwet in sommige wijken
moeten hanteren – zien dat niet als een oplossing. Die wet sluit mensen op grote
schaal uit, zegt Robert Straver, manager Strategie en Beleid van Woonstad
Rotterdam. ‘Terwijl wij juist via een positieve benadering te werk willen gaan.
In wijken die dat nodig hebben, willen wij op beperkte schaal bepaalde groepen
mensen verleiden om er te komen wonen.’ Hij geeft het voorbeeld van Kralingen
waar Woonstad Rotterdam in een complex met voorrang afgestudeerde jongeren heeft
gehuisvest. Dat heeft de wijk goed gedaan, vervolgt Straver. ‘Het zou daarom
heel goed zijn als de juridische basis voor deze experimenten bij wet geregeld
wordt.’