Domotica bespaart geld én personeel

04 februari 2011

bron: Aedes-Magzine 02/2011

Diverse factoren staan samen-werken tussen wonen en zorg in de weg: zoals de concurrentieplicht in de zorg of gesteggel over de kostenverdeling. Ondertussen dreigt een enorm personeelstekort door de vergrijzing. De sleutel ligt wellicht bij domotica.

Slechts één karig zinnetje krijgt de maatregel in het regeerakkoord: ‘Samenwerking tussen corporaties, thuiszorg en andere maatschappelijke organisaties wordt bevorderd door belemmerende regelgeving weg te nemen.’ Welke regels dat zijn of wat er aan gedaan gaat worden, meldt het akkoord niet.

Misschien is het wel overduidelijk wat die belemmerende regels zijn. Want het is niet voor het eerst dat we dit horen. In 2005 organiseerden VROM, VWS en de VNG expertmeetings tussen corporaties, zorginstellingen en welzijnsorganisaties. Ook toen al was er sprake van dilemma’s bij het realiseren van wonen met welzijn en zorg voor bijvoorbeeld ouderen.

Zo bleek de toenemende concurrentie tussen de zorgpartijen de samenwerking steeds lastiger te maken. Twee jaar later kwamen toenmalig minister Vogelaar (destijds WWI) en staatssecretaris Bussemaker (VWS) met het Actieplan beter (t)huis in de buurt. Doel: ouderen moeten zo lang mogelijk in hun wijk kunnen blijven wonen. Ook in dat plan werd ferm gesproken over het aanpakken van belemmerende regelgeving rond wonen en zorg. Weerbarstige problematiek blijkbaar. Laten we eens kijken waar de praktijk tegenaan loopt. Bijvoorbeeld in Brabant, een van de meest vergrijzende provincies.

Concurrentie
Neem Breda. De stad die altijd genoemd wordt als hét voorbeeld in de ontwikkeling van woonzorgzones. Eind 2007 sloten de gemeente, zorgaanbieders en drie corporaties hierover het convenant Geschikt wonen voor iedereen (GWI). Hiermee wil Breda zich voorbereiden op de vergrijzing. Iedereen (ouderen, maar ook mensen met een handicap) moet zo lang mogelijk kunnen blijven wonen in levensloopbestendige wijken. In aangepaste woningen met zorg en welzijnsactiviteiten en winkels dicht bij huis.

Riet van Gils is accountmanager Wonen-zorg-welzijn bij WonenBreburg, een van de participerende corporaties. Van Gils merkt dat thuiszorgorganisaties in de praktijk soms moeilijk samenwerken. Zo bouwde WonenBreburg onlangs een kleinschalig centrum voor somatische en psychogeriatrische ouderen voor een zorgorganisatie die ook thuiszorg levert.

Van Gils: ‘Wij willen graag dat die organisatie ook aan thuiswonende ouderen in de wijk de thuiszorg levert. En het liefst samen met een andere thuiszorgorganisatie, zodat er voldoende capaciteit is om ook goede nachtzorg te regelen. Maar dat komt moeizaam van de grond. “We moeten toch concurreren?”, luidt het verweer keer op keer. Daarbij verwijst men dan naar de NMa.’

Ze geeft nog een voorbeeld. Op initiatief van enkele ouders van kinderen met schizofrenie wilde WonenBreburg een klein appartementencomplex bouwen. Twaalf wooneenheden voor de jongeren en twee eenheden voor de zorgorganisatie die hen ondersteunt. Keurig volgens het principe van scheiden wonen-zorg zouden de jongeren hun appartementje rechtstreeks van de corporatie huren en de zorg afnemen met een persoonsgebonden budget (PGB).

Maar het zorgkantoor ging niet akkoord en wilde dat de corporatie het hele complex rechtstreeks aan de zorgaanbieder verhuurde. De reden? Er was op dat moment onvoldoende PGB-budget voor de regio. ‘Dat is toch raar’, zegt Van Gils. ‘De maatschappelijke intentie is toch dat mensen zelfstandig moeten kunnen wonen.’

Samenwerking
Of neem BrabantWonen (werkgebied Oss en Den Bosch). De corporatie heeft een strategische verbinding met BrabantZorg. De organisaties hebben een gemeenschappelijke dochter: ZorgGoedBrabant. Die duurzame samenwerking is natuurlijk niet zomaar ontstaan. ‘Wet- en regelgeving bevatten zoveel schotten dat als je iets verzint, de ene partij vaak investeert en de andere profiteert’, zegt directeur BrabantWonen Harrie Windmüller. ‘Door een duurzame samenwerking kun je dat verevenen.’

De samenwerking is gericht op het beheer en de herstructurering van verouderde verpleeg- en verzorgingshuizen. En dat verloopt voorspoedig, zegt Windmüller. Daarnaast willen we nieuwe producten ontwikkelen op het bredere terrein van zorg, welzijn en wonen. Daar komen de noodzakelijke vernieuwingen moeizamer tot stand.’

Ook hij signaleert in samenwerkingstrajecten huiver voor invallen van de NMa. ‘Als je wilt zorgen dat ouderen na een gebroken heup weer snel naar huis kunnen, organiseer je ketenzorg. Daarvoor maken ziekenhuis, revalidatie en thuiszorg samenwerkingsafspraken. Maar daarbij moet je steeds netjes opletten dat concurrentie mogelijk blijft.’ Overbodige onzin, noemt Windmüller dat: ‘De enige echte concurrentie in de zorg is de concurrentie op de arbeidsmarkt.’ Het toekomstige personeelsgebrek is volgens hem een van de grote problemen die de vergrijzing met zich meebrengt.

Beeldbellen
Beeldspraakverbindingen in woningen van ouderen kunnen een oplossing zijn voor dat personeelsprobleem, zegt Windmüller. Zorgaanbieders kunnen daarmee logistieke kilometers besparen. Technisch is er op het gebied van domotica allang van alles mogelijk. De vraag is wie het moet betalen. De corporatie? Terwijl het geld straks wordt ‘verdiend’ in de zorg omdat daar logistieke kilometers bespaard worden?
Riet van Gils van Wonen Breburg herkent het dilemma. ‘Domotica is het instrument van de toekomst. Maar ook in Breda komen we iedere keer weer in dezelfde discussie terecht: wie gaat het betalen?’

Het antwoord op die vraag ligt in het zoeken naar nieuwe partners en nieuwe samenwerkingsverbanden, vindt Anita Vervenne, manager Wonen van corporatie Huis & Erf in Schijndel. De corporatie won eind vorig jaar de Smart Homes Award voor het Deken Baekershof-project. In deze pilot heeft Huis & Erf samen met onder meer een zorgaanbieder een systeem van beeldspraakcommunicatie geïnstalleerd in een appartementencomplex voor ouderen. Via een beeldscherm kunnen de bewoners ‘beeldbellen’ met hun buren, kinderen en met het aanpalende zorgcentrum, waarmee ook een alarmverbinding is.

Er valt veel te leren uit deze pilot, vertelt Vervenne. ‘Als je mensen van tevoren vraagt of ze behoefte hebben aan domotica, zijn de reacties meestal afwijzend. Ouderen die nog geen zorg nodig hebben, werpen dat vaak ver van zich af. Maar als je mensen persoonlijke aandacht geeft en vraagt hoe ze prettig willen leven, kun je laten zien hoe dit systeem hen daarbij kan helpen.’ Een van de bewoners uit de Deken Baekershof gebruikt de verbinding bijvoorbeeld om te praten met een kind in een ver buitenland. Ze hebben nu meer contact dan ooit.

De pilot is gefinancierd door de corporatie, de zorgaanbieder, het commerciële bedrijf dat de beeldspraakcommunicatie ontwikkelde, een kenniscentrum en ook de provincie Noord-Brabant gaf er subsidiegeld aan. De bijdrage van de corporatie was iets groter dan van de andere partijen, zegt Vervenne. ‘Maar we denken verder’, vervolgt ze.

In een tweede project gaat de corporatie samen met onder andere de gemeente Schijndel en commerciële bedrijven virtuele ‘communities van gelijkgestemde bewoners’ ondersteunen. In de bestaande bouw. Dat wordt een grote groep met een forse inkoopkracht, legt ze uit. ‘Dan kun je bijvoorbeeld bedingen dat Albert Heijn geen vergoeding meer vraagt voor het leveren van boodschappen aan huis. En in plaats daarvan zelfs een bijdrage levert aan de investeringen van de beeldspraakapparatuur.’

Nieuwe regels?
Anita Vervenne van Huis & Erf constateert een kentering. Er ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden waarbij consumenten zelf initiatieven nemen en ook commerciële partijen een bijdrage leveren aan zorgvoorzieningen én aan comfort in woningen.

Binnen tien jaar heeft iedereen via de tv of een touchscreen een beeldspraakverbinding in huis, voorspelt Daniëlle Harkes, manager van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Daar zal de commerciële markt voor zorgen. ‘Als we gaan wachten op een regeling die corporaties en/of zorgaanbieders financieel ondersteunt om domotica te installeren bij thuiswonenden ouderen zijn we verkeerd bezig.’

Een goede aanpak van de vergrijzing is een opgave van formaat. Zeker gezien de huidige bezuinigingen in de AWBZ en de WMO en de forse aantasting van de financiële middelen van de corporaties. Dat vraagt om een andere kijk op de samenwerking tussen wonen en zorg. Het enkel concentreren op belemmerende regelgeving biedt daarvoor geen oplossing. Dat is niet bepalend voor het slagen van de opgave waarvoor we staan, zegt Harkes.

We staan op een omslagpunt, zegt ook Harrie Windmüller. ‘We zullen nieuwe strategieën moeten ontwikkelen, ook financieel.’ In plaats van regels weg te nemen, is er misschien wel behoefte aan nieuwe.

Onderzoek
Hoe kunnen senioren en mensen met een functiebeperking langer prettig en veilig (thuis) blijven wonen? Aedes doet onderzoek naar nieuwe oplossingen voor deze vraag. Het onderzoek geeft inzicht in de manier waarop corporaties en ketenpartners hier aan kunnen samenwerken in een veranderend economisch en politiek klimaat. Daarbij komen ook de (belemmerende) regelgeving en de verdeling van kosten en baten aan bod. Heeft u voorbeelden van goede samenwerking of loopt u tegen problemen aan? Meld dit bij: Aedes, Pieter van Hulten, p.vanhulten@aedes.nl.

Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg (KCWZ) werkt mee aan dit onderzoek. Het KCWZ ondersteunt zorgorganisaties en woningcorporaties bij de ontwikkeling van nieuwe woonzorgconcepten. Meer informatie www.kcwz.nl.

Deel dit artikel

Inloggen Mijn Aedesnet

Inloggen

Zoek woningcorporatie

Zoek hier een corporatie, woningbouwvereniging of woningstichting.

typ (gedeelte) van een naam

(bv '1004 ZJ' of '1000')

(bv 'amsterdam' of 'am')

Zoek woningcorporatie
(Advertenties)